Groep 1/2A

Spelen is leren door ervaren. In de kleutergroepen wordt veel gespeeld en dus veel geleerd. Een kleuter leert met heel zijn lijf. In het begin werkt het kind met concreet materiaal en pas rond het 6de jaar kan het kind abstract werken(op papier). In een kleuterklas is het voor ouders lastig te zien wat een kind precies leert. In spelvorm worden de volgende ontwikkelingsaspecten aangesproken:

 

Motorische- en lichamelijke ontwikkeling

De grof motorische ontwikkeling wordt bevorderd door oefeningen in de gymzaal (kleutergym) en buitenspel. De fijne motoriek wordt geoefend middels werkvormen in de klas. Dit is essentieel om te kunnen leren schrijven. Voorbeelden zijn rollen, kruipen, gooien en vangen en hollen en stilstaan. Later in het jaar krijgen de oudste kleuters extra motorische oefening, middels schrijfdans, extra gym en werken in een schriftje.

Muziek gericht op ritme, maat en beweging. Behandeld worden harde en zachte geluiden, hoge en lage tonen. Muziek is ook gericht op welbehagen en geheugentraining waarbij de groepsleerkrachten ondersteund worden door de vakleerkracht muzikale vorming. Daarnaast doen we zang- en dansspelletjes. Deze zijn gericht op spelplezier en interactie tussen de kinderen. De kinderen leren hoe zij moeten reageren op teksten en ritmes en hoe zij zich kunnen houden aan afspraken.

 

Sociaal- emotionele ontwikkeling

Omgaan met jezelf en anderen waarbij respect en begrip voor elkaars gedachtengoed centraal staat.
Leren samen spelen, samen werken en door overleggen met elkaar tot resultaat komen. Dit wordt geoefend tijdens spel in de poppenhoek, werkjes aan tafel, bewegingslessen en coöperatieve werkvormen.

 

De cognitieve- of verstandelijke ontwikkeling

 

Taalontwikkeling

Om in groep 3 tot lezen te komen moeten de onderstaande vaardigheden geoefend worden:
Actieve en passieve woordenschat,  klank en rijm, auditieve analyse en synthese, visuele analyse en synthese (hakken en plakken). In de kleutergroepen bieden wij achttien letters aan. Zo maken de kinderen kennis met de klank en het beeld van de letter, maar hoeven dit niet te beheersen. Wij werken met de methode schatkist.

 

Rekenontwikkeling

Rekentaal; ordenen in ruimte en tijd en hoeveelheden. U kunt hierbij denken aan aanwijzend tellen, begrippen als meer en minder, dik en dun maar ook groter dan, breder dan enzovoort. Ook erbij en eraf en getallen en getalbegrip worden geoefend. Alle genoemde punten zijn gericht op beginnende gecijferdheid die weer nodig is om in groep 3 tot rekenen te komen. De cijfers 1 tot en met 20 worden aangeboden en moeten worden beheerst.

 

De drie ontwikkelingsgebieden beïnvloeden elkaar. Kinderen die motorisch minder vaardig zijn dan leeftijdsgenootjes kunnen bijvoorbeeld niet goed mee komen met het spelen op straat of het schoolplein, waardoor zij minder sociale contacten kunnen hebben, wat weer invloed heeft op de sociaal- emotionele ontwikkeling. Ook kunnen kinderen met een achterstand in de fijne motoriek problemen ondervinden met schrijven, wat weer van invloed kan zijn op de spraak- en taalontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling.